De staart eraf

7 Apr

Recensie van het boek ‘De kop van Oskar Wronski’ (Gerdien Verschoor) voor de Leeswolf

De jonge Ophélia baronesse Bentinck Nyevelt van Heeckeren woont met haar ouders in een kasteel in Nederland. Om te ontsnappen uit die versteende wereld kiest de creatieve Ophélia op haar huwelijksdag voor een nieuw leven. Ze duikt met haar bruidsjurk de IJssel in en springt op de trein naar Parijs, waar ze op de roltrap van de metro een man ziet passeren die de rest van haar leven zal vormgeven.

wronski

Odessa van Heek, want zo laat Ophélia zich intussen noemen, vindt in het Parijs van de jaren dertig onderdak bij de kunstenaar Paul Dupré, die haar geduldig de knepen van het beeldhouwvak leert. In het atelier van Dupré ontmoet ze toevallig de Poolse kunstenaar Wronski, de man die haar eerder op de metroroltrap liet verstenen. Wronski kroont Odessa tot zijn muze maar verdwijnt niet veel later uit haar leven. De charismatische Pool laat haar nooit meer los. Dag in, dag uit tekent Odessa schetsen van zijn intrigerend gezicht, die ze opstuurt naar het onbestemde adres ‘Oskar Wronski, Łódź, Pologne’. Aan het eind van haar leven reist Odessa naar Łódź om het levensverhaal van ‘O’ te reconstrueren.

Hoewel schrijfster Gerdien Verschoor kunsthistorica van opleiding is, heeft ze vermoedelijk nog een extra cursus beeldhouwen gevolgd om het leven van Odessa van Heek zo overtuigend mogelijk te kunnen beschrijven. Fijnbesnaard en met veel gevoel voor schoonheid danst Verschoor door het verhaal. Overal liggen de mooie beelden (“Zonder iets te zeggen nam hij mijn arm, alsof ook wij een echtpaar waren” of “ze kuste zijn ogen”) en leuke gedachten (“Ik haat het woord ‘als’”) voor het grijpen. Ondanks de soms onwaarschijnlijke passages zoals Odessa’s vlucht in haar huwelijkskleed, de decennialange schetsen van eenzelfde gezicht en het vlotte reizen door Europa eind jaren dertig, ademt het verhaal een soort aangename aannemelijkheid uit. Bovendien maken haar adellijke achtergrond (“Ik ontstak geen lichten in het kasteel wanneer er ’s avonds op de slotgracht werd geschaatst”) maar tegelijk gekke gewoonten (ze tekent in elk museum het gastenboek vol) Odessa tot een boeiend hoofdpersonage.

‘De kop van Oskar Wronski’ is niet buitengewoon origineel, niet buitengewoon spannend en niet buitengewoon ontroerend. Het verhaal is simpelweg mooi, zeer mooi zelfs. Tot twee hoofdstukken voor het einde. Op dat moment verliest Verschoor zich helaas in een stroom van (bewust) zwakke dagboekfragmenten (genre “als ik dood ben”), vervelende kunsthistorische bespiegelingen over de ‘utopische ruimte’ en een oppervlakkige analyse van het statuut van de kunstenaar in het communistische Polen. De kop van het boek bleek uiteindelijk beter dan de staart.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: